Een jongetje van een jaar of 10. Stoere zwarte jas met een grote capuchon. Een zwarte pet tot bijna over zijn ogen. Enorme sportschoenen onder een vale spijkerbroek. Het soort kleding dat de drugsrunners bij mij om de hoek dragen. Het soort kleding waarbij mijn brein op andere locaties direct het vooroordeel ‘toekomstige hangjongere’ zou activeren.

Maar niet op deze plek. Ik kom hem tegen in de bibliotheek waar hij met een glimlach van oor tot oor maar liefst vijf kinderboeken in zijn rafelige zwarte rugzak stopt.

Als ik ooit kinderen krijg, hoop ik met hart en ziel dat ze van lezen houden.