In april zat ik in Nice, ik ben immers mijn eigen baas, dus kan ik zelf bedenken waar en wanneer ik werk. Al is het niet altijd zo simpel. En het is niet helemaal waar.

Officieel werk ik 16 uur in de week voor de VU waar ik in loondienst ben omdat er geen andere optie was. Via die universiteit werk ik voor een Europees onderzoeksproject (LINKS) over het gebruik van social media en crowdsourcing tijdens incidenten en rampen. Dat project bracht me afgelopen week in Split, Kroatië. Een tweedaagse conferentie voor vijf onderzoeksgroepen en enkele partnerorganisaties. Wat ben ik een bofkont! Begin 2019 had ik een opdrachtgever die me meenam naar Fins Lapland en nu bracht mijn werk me naar een zonovergoten stad met een indrukwekkende historie. Ik had het slechter kunnen treffen.

Waardevol

Twee dagen vol presentaties, workshops en discussies. Uiteraard in het Engels, de taal die ik nog steeds niet perfect beheers, maar waarin ik wel steeds beter word. Gelukkig kon ik alles goed volgen en durfde ik zelfs uitgebreide bijdrages te leveren. Het was waardevol om onderzoekers en mensen uit de praktijk samen om de tafel te hebben, dat werd al snel duidelijk.

Ik leerde over hulp na aardbevingen in Kroatië, over evacuatieoefeningen op Italiaanse scholen, over de bijzondere samenwerking van tien Zuidoost Europese landen op het gebied van reddingswerk en rampenbestrijding. Collega’s waar ik al sinds vorig jaar oktober mee werk, zag ik eindelijk in het echt. En wat blijken het een leuke mensen te zijn. Grappig hoe mijn beeld – vertekend door een beeldscherm – anders was dan de werkelijkheid. (Niet dat ik dacht dat het stomme mensen zouden zijn, maar wel anders). Tijdens de pauzes hadden we het over hobby’s en huisdieren, over lievelingseten en favoriete vakantielanden.

Dat sommige mensen zich niet altijd even professioneel gedroegen – iets met te veel alcohol bij en na het eten – dat hoort misschien bij dit soort bijeenkomsten. Er namen ook mensen deel waarvan ik me afvroeg of ze überhaupt wel iets verstonden van wat er werd gezegd, wat ik jammer voor ze vond.

Bergen en zee

Waar ik echt niets van snapte, was dat bijna al mijn collega’s op vrijdagavond of zaterdagochtend terug naar huis vlogen. Dat deed ik dus mooi niet. Ik kwam toch niet helemaal naar Split om alleen maar te werken? Op zaterdag greep ik de kans om me in de stad en de omgeving te verdiepen. Urenlang struinde ik door de oude straatjes in het centrum. Maar ook door de wijken daarbuiten, waar troosteloze flats stonden met een prachtig uitzicht. Want waar je in Split ook woont, de kans is groot dat je of naar de bergen of naar de zee kijkt. Ik kletste uitgebreid met de mevrouw die mij een jurk verkocht, die ik ter plekke aantrok, omdat ik uit de kleding dreef die ik aanhad (wat was het ongelofelijk heet!). Volgens haar ging ik in mijn nieuwe jurk niet zweten. Ze had het mis. Ik haalde wat te eten in een lokale supermarkt en at op het strand bij de ondergaande zon.

Toeristen vind ik vaak stom

De laatste ochtend nam ik voor het eerst een glas bubbels bij het ontbijt. Met name de Britse toeristen maalden er niet om dat iedere ochtend te doen en dan meer dan één glas. Sterker nog, soms vroegen ze aan het personeel om er een bepaalde cocktail van te maken. Om 8 uur ’s ochtends! Sowieso, toeristen, mag ik even klagen? Drie keer langs het buffet lopen en toch telkens de helft van wat je opschept laten staan?! Onderuitgezakt en nauwelijks aangekleed op je stoel hangen en voortdurend roepen om bediening, te lui om naar de balie te lopen voor een nieuwe koffie. En hoe moeilijk is het om je stoel terug aan te schuiven of je bordjes op elkaar te stapelen? Aaaargh!

Zoals altijd liet ik op de laatste ochtend fooi achter voor de ‘housekeeping’. Sinds ik zelf in zo’n vreselijk pakje met een zwaarbeladen kar van hotelkamer naar hotelkamer ging om de boel schoon te maken, is dat een standaard handeling. Het meisje van de receptie printte mijn boarding pass uit. Ik was licht in paniek omdat er Mr. Lieke Rijkx op stond, maar volgens haar zou het wel goed komen. Ze had gelijk.

Leerzame taxirit

Met de taxichauffeur die me naar het vliegveld bracht, had ik een geanimeerd gesprek. Zo’n gesprek dat je nooit zou voeren als je met meerdere personen in een taxi zat. Hij wees me op het Romeinse aquaduct dat ineens naast de weg opdook, nam snelheid terug toen we de ruïnes van een Romeins theater passeerden en raadde me aan dat ik echt in mei of september terug moest komen. Ook kreeg ik een hele verhandeling over corruptie, politieke onwil en bureaucratie. Want hoe kan het anders dat mensen die voltijds werken gemiddeld maar zo’n 700 euro per maand verdienen, terwijl de prijzen ongeveer even hoog zijn als in Nederland? Zijn vrouw, door het jaar lerares Engels, werkte in de zomervakantie in zijn taxibedrijf. Terwijl hij zelf, naast zijn baan als chauffeur ook nog een baan had als gids. Anders was het niet te doen. Toen ik uitstapte bedankt hij mij voor het fijne gesprek.

Ik was graag nog langer gebleven. Om een bergwandeling te maken. Om de ruïnes van dichtbij te bekijken. Om nog een avond te dineren op het strand. Om meer te weten te komen over het bijzondere land dat voor mij totaal onbekend was. Maar dat was geen optie. Het werk wachtte. Op maandag om 8 uur moest ik aantreden voor een oefening op Chemelot. Een nieuwe portie rampenbestrijding en crisiscommunicatie. Ook leuk, leerzaam en interessant.

Mijn baan is de mooiste die er is.