Het is wat minder druk dan gebruikelijk bij Lieke Schrijft. Niets waar ik me zorgen om maak. Januari en februari zijn altijd magere maanden. En dat ik in maart geen 40-urige werkweken draai, maar meer rond de 32 uur zit, vind ik niet zo erg. Geeft mij meer tijd om naar de opkomende tulpen en nestelende koolmeesjes te kijken.

Maar wat ik wel zorgelijk vind: in rustigere tijden vergeet ik mijn lievelingswoord te gebruiken. Dat woord, tevens het favoriete drieletterwoord van iedere peuter, is NEE. Ik merk dat de ‘ja’ er weer in sluipt. Want ik heb toch tijd. Dat is niet de bedoeling. Nee zeggen is namelijk een kwaliteit die ik zorgvuldig moet onderhouden ūüėČ

  • ‘Nee’ tegen de opdrachtgever die mijn uurprijs niet betaalt.
  • ‘Nee’ tegen klanten die niet in m’n doelgroep passen.
  • ‘Nee’ tegen m’n imposter syndrome, als ik mezelf weer eens vertel dat ik maar wat aanklooi.
  • ‘Nee’ tegen vertalingen, vormgeving, fotografie en leidinggevende taken omdat ik daar niet heel goed in ben en ook de ambitie niet heb er heel goed in te worden.
  • ‘Nee’ tegen dat stemmetje dat zegt dat ik ‘ja’ moet zeggen tegen werk waar ik eigenlijk geen zin in heb, omdat de cijfers even niet zo goed zijn.

En dat is alleen het werkgerelateerde deel. Nu ik niet hoef te rennen en vliegen om op tijd thuis te zijn, om deadlines te halen, om heel vroeg te gaan wandelen omdat ik anders te laat begin, vergeet ik ook tegen heel andere dingen ‘nee’ te zeggen.

Sterker nog, ik bied ineens aan om dingen te regelen. Dingen die ik niet eens leuk vind om te doen. Ik hoor mezelf de hele tijd zeggen ‘dat doe ik wel’.

  • Ik doe wel boodschappen.
  • Ik rijd wel.
  • Ik smeer wel broodjes voor onderweg.
  • Ik kom wel naar jou (120 kilometer verderop).
  • Ik ruim wel op.

Waarom doe ik dat? Schuldgevoel? En waarover voel ik me schuldig dan? Natuurlijk doen we allemaal iedere dag dingen die we niet leuk vinden. En het is echt niet zo dat ik nooit meer boodschappen wil doen en nooit meer wil aanbieden om te carpoolen en dat ik dan wel rijd. Als ik mensen kan helpen, doe ik zelfs met liefde dingen waar ik niet van ga juichen. Maar  potverdorie, ik kan toch ook dingen aanbieden waar ik zelf nog iets aan heb. Ik noem maar wat:

Kom je vanavond eten? Ik laat sushi bezorgen.

Hoe ga jij om met meer tijd? Zeg je daar sneller ‘ja’ van?